Voorzitter, 

Allereerst wil de ChristenUnie haar waardering uitspreken voor de inzet van de ambtelijke organisatie, het college en alle betrokkenen die hebben gewerkt aan de financiële verantwoording over 2025. De jaarstukken laten zien dat er veel is gerealiseerd voor Ridderkerk en dat verdient erkenning.  

 

Tegelijkertijd ziet de ChristenUnie in deze jaarstukken een duidelijke boodschap. Niet dat Ridderkerk een financieel probleem heeft, maar dat we een uitvoeringsvraagstuk hebben. Dat vinden wij de belangrijkste conclusie van vanavond. Een positief resultaat dat ongemakkelijk voelt 

Ridderkerk sluit 2025 af met een positief resultaat van ruim acht miljoen euro. Dat klinkt indrukwekkend. Maar wie de stukken leest, ziet dat het college zelf erkent dat dit resultaat grotendeels voortkomt uit het niet kunnen realiseren van geplande ambities. Het voorwoord is daar eerlijk over: de bestuurlijke ambities passen niet altijd bij de beschikbare capaciteit en realisatiekracht. De accountant gaf dit ook al aan, 37,5% van de investeringen worden doorgeschoven. 

Dat is geen incident meer. Dat is een patroon. Een financieel overschot is geen succes wanneer inwoners langer moeten wachten op onderhoud, voorzieningen of projecten die wij als raad wel hebben vastgesteld. 

 

Daarom heeft de ChristenUnie één centrale vraag aan het college: 

 

Hoe gaat het college er komende periode voor zorgen dat uitvoeringskracht net zo belangrijk wordt als het formuleren van nieuwe ambities en het presenteren van nieuwe plannen? 

 

Ambities zijn mooi, uitvoering is beter 

In meerdere programma’s zien we hetzelfde beeld terug. Onderhoud wordt uitgesteld, onderzoeken schuiven door en projecten lopen vertraging op. Het college schrijft zelf dat de bestuurlijke ambities niet altijd passen bij de beschikbare capaciteit, maar dan moeten we als raad ook eerlijk naar onszelf kijken. 

 

Want achter al deze cijfers staan mensen. Medewerkers die iedere dag hun best doen om de plannen van de raad en het college uit te voeren. We mogen veel van hen verwachten, maar niet het onmogelijke. Als de stapel ambities blijft groeien terwijl de uitvoeringskracht achterblijft, lopen niet alleen projecten vertraging op, maar neemt ook de druk op de organisatie toe.  

 

Dat is uiteindelijk in niemands belang: niet van onze medewerkers en zeker niet van onze inwoners. 

 

De ChristenUnie vindt ook dat nieuwe ambities nooit ten koste mogen gaan van het beheer van onze bestaande voorzieningen. Goed rentmeesterschap begint met zorgvuldig onderhouden wat we al hebben. Inwoners verwachten in de eerste plaats dat de gemeente doet wat zij belooft. 

 

De ChristenUnie gelooft daarom dat een goede begroting niet alleen ambitieus moet zijn, maar vooral ook realistisch en uitvoerbaar. Daarbij hoort ook een goede balans tussen nieuwe plannen en het beheer van wat we al hebben. 

 

Juist het uitstellen van onder andere het rioleringsonderhoud laat zien dat die balans onder druk staat.  

 

Wij vragen het college daarom om bij de komende begroting niet alleen nieuwe ambities te presenteren, maar ook inzichtelijk te maken welke keuzes worden gemaakt als capaciteit tekortschiet.  

 

Welke projecten hebben prioriteit? Welke kunnen wachten? En hoe voorkomen we dat noodzakelijk beheer opnieuw wordt uitgesteld? 

 

Sociaal domein: goede stappen met financiële uitdagingen
Inhoudelijk zien wij mooie ontwikkelingen in het sociaal domein. De wachtlijst binnen de jeugdhulp worden teruggebracht. Er wordt ingezet op preventie, jeugdhulp op scholen, samenwerking met Buurtgezinnen en betere toegang via wijkteams. Dat verdient waardering 

 

Tegelijkertijd zien we dat juist de financiële tekorten in de jeugdhulp groot blijven. 

Voor de ChristenUnie is daarbij niet alleen de vraag hoe we grip krijgen op de kosten, maar ook -en dat is misschien nog wel belangrijker: 

 

Weten we eigenlijk voldoende wat werkt? Bereiken kinderen sneller passende hulp? Voorkomen preventieve maatregelen zwaardere zorg? En weten we welke aanpak daadwerkelijk het grootste maatschappelijke effect heeft? 

 

Wij zullen de komende raadsperiode blijven vragen om inzicht in die effecten. Want alleen als we weten wat werkt, kunnen we beleid verbeteren én zorgvuldig omgaan met publieke middelen. 

 

WMO en participatie: vragen blijvende aandacht 

Ook binnen de WMO zien wij signalen die aandacht vragen. De kosten voor begeleiding blijven stijgen en het college verwacht dat deze stijging zal doorzetten. Daarnaast zien we opnieuw tekorten op de BUIG-uitkeringen. 

Hoewel het college een plausibele verklaring geeft – waaronder de samenstelling van het uitkeringsbestand en de instroom van statushouders – blijft de vraag hoe we de arbeidsparticipatie verder kunnen versterken. 

Want iedere inwoner die mee kan doen, is winst voor die inwoner én voor de samenleving. 

Tot slot: 

De jaarstukken laten twee gezichten van Ridderkerk zien. Enerzijds zien we een financieel gezonde gemeente, met een solide reservepositie, veel maatschappelijke inzet en tal van projecten die daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Daar mogen we best trots op zijn. 

Anderzijds zien we ook een organisatie die hard werkt maar steeds vaker moeite heeft om alle ambities waar te maken.  

 

Voor de ChristenUnie ligt de prioriteit voor de komende jaren daarom niet op het maken van méér plannen, maar in effectievere planning en uitvoering. 

 

Niet alleen sturen op budgetten, maar ook op resultaten. Niet alleen investeren, maar ook onderhouden. 

En niet alleen beleid maken, maar ook zichtbaar maken wat dat beleid concreet oplevert voor onze inwoners. 

Want uiteindelijk worden wij niet afgerekend op de omvang van onze reserves of het aantal plannen dat we maken, maar op wat inwoners daarvan merken in hun dagelijks leven. En dat, dat zijn we onze inwoners verschuldigd. 

 

Dank u wel.Â